| |
|
|
|
Informatie » Onderbouwing
Silicium: wetenschappelijke onderbouwing
Silicium is, naar mate we ouder worden, in steeds geringere mate in het menselijk lichaam aanwezig,
ondanks een overaanbod aan silicium op onze aarde. Een oorzaak daarvan kan zijn dat silicaten (samenstellingen van silicium en zuurstof)
over het algemeen vrijwel niet oplosbaar zijn. LifeCare® is één van de zeldzame producten dat silicium aanbiedt in zodanig kleine deeltjes,
dat het silicium wel direct door het lichaam opgenomen wordt.
In deze artikelen wordt uitgebreid geïllustreerd dat silicium voor de menselijke gezondheid een essentieel en onmisbaar element is.
Download het Silicium Analyse Rapport (in engels)
1. Inleiding
Onderzoek door dr. Edith Muriel Carlisle (professor voor de gezondheidszorg in Californië (UCLA)) et al.
heeft aangetoond dat silicium een rol speelt bij een aantal zeer belangrijke, en ook structurele,
in de stofwisseling ingrijpende processen bij de mens en bij een aantal hogere diersoorten. De door Carlisle et al.
In 1972 uitgevoerde onderzoeken hebben aangetoond dat silicium een essentieel,
voor het leven absoluut noodzakelijk element in het lichaam is en dat het net zo van levensbelang is als bijvoorbeeld vitamine C.
Overigens kan silicium alleen als ‘essentieel’ aangeduid worden dankzij het feit het een reproduceerbaar effect
uitoefent op processen die zonder de aanwezigheid van dit element niet kunnen plaatsvinden.
Carlisle et al. leverden het bewijs door middel van vele, ‘in vitro’ (in het laboratorium) en ‘in vivo’ (in levende wezens) uitgevoerde tests.
Ze lieten onder meer de oorzaak zien waardoor de wetenschap zo bijzonder lang nodig had om te kunnen aantonen dat
silicium een essentieel element is: het is slechts in zeer geringe hoeveelheden in het bloed en het weefsel aanwezig.
Bovendien was eerder onderzoek naar silicium altijd ineffectief,
doordat silicium alleen 'in vitro' bestudeerd was en wel volkomen 'onschuldig' (zoals in laboratoria gebruikelijk) in fiolen van glas.
Glas bestaat in hoofdzaak uit silicium, zodat de onderzoeksresultaten steeds vervormd werden.
Dit probleem werd door Carlisle et al. overwonnen doordat men overstapte op laboratoriuminstallaties die in het geheel geen glas en
dus ook geen silicium bevatten.
Maar waarom is silicium essentieel ?
Een kleine countdown van de belangrijkste taken van silicium in het menselijke lichaam onthult dat silicium:
- de celstofwisseling en de opbouw van cellen activeert;
- het verouderingsproces in weefsels afremt. Het weefsel van jongere mensen vertoont altijd een hoger gehalte aan silicium.
Zonder aanvullende maatregelen wordt het siliciumgehalte in het lichaam steeds lager.
Dit op hogere leeftijd aanzienlijk sterkere verlies van silicium werd bevestigd door onderzoek van het weefsel van de
menselijke hoofdslagader (aorta);
- belangrijk is voor de structuur en ook voor de functie van het complete bindweefsel.
Gebrek aan silicium heeft tot gevolg dat het bindweefsel verzwakt;
- de elasticiteit en de stevigheid van bloedvaten verhoogt.
Op die manier worden de risico’s die tot arteriosclerose leiden, verlaagd.
Met de verjonging van het bindweefsel van de slagaders (door silicium, dat de slagaders elastisch maakt)
verdwijnen de door arteriosclerose veroorzaakte breuken in de wanden van de slagaders.
Zelfs minieme breukplaatsen in bros geworden en dus niet meer elastische slagaders bevorderen het
afzetten van elementen als calcium (hetgeen tot aderverkalking leidt) of van cholesterol (wat sclerose tot gevolg heeft);
- ontstekingsremmend, desinfecterend, absorberend en reukbindend is;
- het immuunsysteem activeert, dat vervolgens het lichaam helpt om ziekten veroorzakende indringers te bestrijden.
2. Verschijningsvormen van silicium
De belangrijke rol die silicium in de gezondheidszorg speelt, werd al in 1878 door de beroemde Franse chemicus en bacterioloog Louis Pasteur voorspeld.
Zijn kerngedachte over silicium was dat het een voor het leven absoluut noodzakelijk sporenelement is.
Het gehalte aan silicaatverdelingen in siliciumhoudend mineraal water ligt tussen 70 en 400 mg per liter.
Als er rekening wordt gehouden met de omringende massa’s steen en zand, dan is het niet meer zo verwonderlijk dat veel mineraalwater silicium bevat.
Geyseriet of kiezelhoudende sintels zijn opgelost silicium, dat door de afkoeling van heet water zoals het uit geothermische bronnen en geisers opborrelt,
neerslaat. De biologisch versterkende eigenschappen van silicium (of kiezelzuur) zijn bijvoorbeeld in de structuur van dunne maar
rechtop staande planten als de paardenstaart aangetroffen. En botanici die geïnteresseerd waren in de structurele functie van kiezelzuur in paardenstaart,
hebben al vóór 1900 geconstateerd dat silicium ook zorgde voor een verhoogde weerstand tegen ziekten in het weefsel van deze plant.
Het werd dan ook gauw duidelijk dat planten, dieren én mensen - dus alle levensvormen - afhankelijk zijn van een constante en
stabiele voorraad silicium voor de structurele en metabolische processen in het organisme. Zo bestaan de veren van vogels grotendeels (voor 70 procent) uit silicium.
Dit is vooral opmerkelijk gezien het siliciumgehalte in de uitwendige lichaamsdelen buiten de romp van alle levende wezens, zoals veren, huid, nagels en haren.
Silicium werd ontdekt als een wonderbaarlijke bouwsteen uit de natuur. Maar men kwam ook te weten dat silicium nog veel meer is dan de structurele basis van het leven.
Silicium in de voeding
Uien en bier zijn de voedingsmiddelen met het hoogste siliciumgehalte. Analyse van de as van uien bevestigt dat er 17 procent siliciumzuur in zit.
Hierna komen rode bieten met een siliciumgehalte van 11 procent. Rode bieten zijn een uitstekend levensmiddel,
dat bovendien bijdraagt aan het afremmen van kankerverwekkende processen in het lichaam.
Andere goede bronnen van silicium zijn gerst, gierst, aardappelen, maïs, rogge en volle tarwe,
waarbij de korrels dan wel als muesli gegeten moeten worden in plaats van in de vorm van gebakken producten.
Maar krijgen we dan eigenlijk wel genoeg silicium binnen?
Hoewel de aardkorst vol silicaten zit, hebben de meeste ervan een biologisch onbruikbare vorm.
Bij de voorbehandeling en verwerking van de meeste levensmiddelen wordt vervolgens nog eens het oorspronkelijke siliciumgehalte weggehaald,
vaak zelfs al vóór het koken, en daarna "gooien we het kind met het badwater weg".
Zo bevat gemalen meel nog maar 2% van het aanvankelijk aanwezige silicium.
Het resterende silicium in onze levensmiddelen wordt bovendien niet makkelijk door het lichaam opgenomen.
Veel ervan wordt op een dusdanige manier verteerd dat het biologisch onbruikbaar is.
Het is dan ook geen verrassing: alle levensvormen kampen met een gebrek aan silicium,
ondanks het feit dat op aarde een overvloed daaraan bestaat. Om te kunnen garanderen dat silicium in voldoende mate wordt opgenomen,
is het aan te bevelen aan de dagelijkse voeding een siliciumsupplement uit een pure, niet besmette bron toe te voegen.
Onder meer omdat ons lichaam steeds meer antioxidanten (zoals silicium) nodig heeft om de stofwisseling en de immuniteit
tegen ziekten actiever te maken. Een siliciumsupplement in een pure en makkelijk verteerbare vorm is LifeCare®.
Silicium in kruiden
Organisch geteelde, siliciumrijke voedingsmiddelen kunnen hulp bieden. Onze voeding bevat echter, zoals gezegd,
sowieso te weinig silicium dat door het lichaam kan worden opgenomen.
Er zijn nog enkele andere bronnen: sommige geneeskrachtige planten bevatten een aan proteïne gebonden silicium.
Onderzoeker Moleschott meldde al in 1852 dat zijn collega Struve 97 procent silicium in de as van equisetum (paardenstaart) had gevonden.
Een andere onderzoeker, Brock, vond 83 procent silicium in de halm van op kalkrijke bodem groeiende paardenstaartplanten.
Ook kruiden als hennep, netel en vogelgras bevatten veel silicium.
Volgens bevindingen van Lindemann bevat knoopgras (polygonum) weliswaar silicium, maar is dat slechts voor 0,2 procent oplosbaar en,
als het in de knop zit, in totaal 40 procent. In het stadium van verdorring bevat het tussen de 2 en 80 procent.
Het gehalte aan oplosbaar silicium, dat door dierlijke en menselijke organismen werkelijk kan worden opgenomen, is van wezenlijk belang.
Bij onderzoek naar planten die rijk zijn aan silicium werd, afhankelijk van de groeilocatie, een gehalte gevonden van:
- 2200 tot 5400 mg per 100 g in paardenstaart
- 2680 mg per 100 g in hennep
- 210 tot 840 mg per 100 g in knoopgras.
Silicium in de mens
In het bloed van de mens bevinden zich drie vormen van silicium: 10 procent is in water oplosbaar,
60 procent is aan eiwitlichaampjes en 30 procent aan vetten gebonden.
Het continue verlies van silicium in het menselijke lichaam is verschillend, al naar gelang de individuele stofwisseling en de voedingsgewoonten.
Dit onvermijdelijke verlies bedraagt gemiddeld circa 10 tot 40 mg per 24 uur.
Deze grootscheepse en voortdurende verdwijning van silicium uit het menselijke organisme gebeurt via urine en stoelgang,
en nog eens extra doordat de huid continu wordt vernieuwd, doordat het haar uitvalt, en door de verzorging van vinger- en teennagels.
De biologische synthese van silicium
Silicium komt bij jeugdige personen overwegend in een ’monomere’ vorm en uiterst fijn verdeeld in het lichaam voor,
en het levert een sterke bijdrage aan de kracht en flexibiliteit van het lichaam. Bij ouderen slaat silicium, in een inactieve vorm,
hoofdzakelijk neer in de haren en nagels.
Hieruit kan worden geconcludeerd dat in het lichaam sprake is van een voortdurende siliciumstofwisseling,
die vooral bij ouderen ondersteund moet worden zodra het toenemende verlies van silicium in het lichaam zich openbaart.
Het verlies van silicium valt samen met de verandering van het weefsel, in het bijzonder van het bindweefsel.
Het vermogen van cellen tot deling, dat wil zeggen tot verdubbeling en dus tot toename,
kan door de inname van een siliciumsupplement versterkt worden.
Met silicium verrijkt, nieuw celweefsel kan functioneren als een verjongende biokatalysator, die de stofwisseling stimuleert.
Belangrijke kennis van de effecten van silicium stamt uit experimenten met diatomeeën van de soort Cyclotella.
Daarbij stopte de productie van chrysosis - de afzetting van goud in de huid en de bijbehorende gele kleur (leucosine) -
in een voedzame oplossing zonder silicium, na 12 tot 14 uur. En bij afwezigheid van silicium stopte de synthese van carotenoïde na 9 uur.
Ook de fotosynthetische productie van zuurstof (O2) werd onderdrukt.
Na 6 tot 8 uur waren RNA, chlorofyl en de complete fotosynthese vrijwel geheel geblokkeerd.
Verlaging van het glutaminezuur en de reductie van oplossingen die alfa-ketoglutaarzuur bevatten als uitgangsstof voor
de opbouw van proteïnen, vindt plaats vóór de blokkering van de proteïnesynthese.
Daarentegen is er een toename van vet, dat wil zeggen een vetzuursynthese, van 100 procent.
Deze bevindingen bewijzen dat silicium in de stofwisseling nauw met andere synthesen verbonden is,
en dat silicium een veel grotere rol speelt dan alleen als stabilisator voor celwanden.
3. Bescherming en ondersteuning bij botontkalking (osteoporose)
Silicium speelt een zeer belangrijke rol bij het beschermen van de beenderen die het lichaam steunen.
In de nieuwe cellen die tijdens de groeifase van de botten worden gevormd, dat wil zeggen bij de calcificatie van de botten,
is silicium absoluut essentieel. Het menselijk lichaam wordt door een groot aantal botten op een
dusdanig kunstige wijze ondersteund dat alle beenderen samen een complete, op elkaar aansluitende skeletstructuur vormen.
In tegenstelling tot de skeletten uit griezelverhalen worden de skeletten van mensen die aan botontkalking lijden,
steeds meer poreus. Dit proces kan de botten dusdanig verzwakken dat ze plotseling en zonder veel druk spontaan breken.
Zo kan osteoporose iemand snel aan een rolstoel doen belanden. Maar gelukkig kan botontkalking of osteoporose (bij osteomalasie),
dan wel halisterese, voorkomen worden.
Willen we onze botten tegen verval beschermen, dan is preventie van levensbelang,
want alleen met op de lange termijn uitgevoerde beschermende maatregelen kan botontkalking voorkomen worden.
Hoe belangrijk dit is, is bijvoorbeeld te zien aan het feit dat in de VS ongeveer 15 miljoen mensen aan osteoporose lijden
en dat circa de helft van de Amerikaanse vrouwen na de overgang ermee te maken krijgen.
Maar waarom is dat zo? Een duidelijke reden is dat osteoporose geen pijn doet (tot het te laat is)
en dat er maar weinig waarschuwingen zijn, waar dan ook vaak niets mee gedaan wordt.
Onderzoeksresultaten
Botten bestaan hoofdzakelijk uit calcium, magnesium en fosfaat.
Silicium speelt een belangrijke rol bij de absorptie van deze elementen.
Bij de samenstelling van de botten werkt silicium als vitamine D: het versnelt de opbouwende functies,
en het is tijdens de groeifase zelfs nodig voor de opbouw van de schedelbeenderen,
die heel anders worden gevormd dan de andere botten (waarbij kraakbeen in beenderen worden omgezet).
Silicium is volgens professor Carlisle uniek gelokaliseerd in de osteogene laag van het botweefsel.
Op deze plaats in de basissubstantie van de beenderen helpt de aanwezigheid van silicium bij de aanmaak van nieuw botweefsel.
Aan de hand van 'in vivo'-onderzoeken aan kuikens en ratten bevestigde
Carlisle ook dat silicium als voedingsstof essentieel is voor sterke botten en kraakbeen en de kammen van de kuikens.
Het onderzoek aan kuikens waaraan silicium als voedingsstof onthouden werd,
toonde aan dat gebrek aan silicium een verlaagde calcificatie van de beenderen tot gevolg heeft.
De rol van silicium bij de samenstelling van de botten wordt nog eens versterkt door het feit dat mucopolysacchariden,
die met behulp van silicium het weefsel in staat stellen water op te nemen en vast te houden, ook in de kammen van kuikens,
en in collageen en beenderen blijken voor te komen.
Op grond van een microanalyse van röntgenfoto’s meldde Carlisle in 1986 actieve groei in
jonge beenderen en geïsoleerde osteoblasten, waarbij silicium als belangrijk ion van de osteogene cellen werd aangetoond.
Nog belangrijker is dat het totale gehalte aan silicium dat in de osteoblastcellen werd aangetroffen, vergelijkbaar was met dat van calcium,
fosfor en magnesium. Carlisle ontdekte dat het siliciumgehalte bijzonder hoog was in de metabolisch actieve fase van osteoblasten.
Dit bewijst dat silicium voor de opbouw van bind- en botweefsel fundamenteel is.
Botten die een hoog siliciumgehalte vertoonden, bevatten overeenkomstige hoeveelheden calcium.
(De onderzoeken van de UCLA toonden ook aan dat, wanneer het gehalte aan silicium en calcium in bepaalde andere cellen lager lag,
de fosforwaarden op hun beurt hoger waren). Bij een toename van silicium versnelde de calcificatie van de beenderen.
Zoals in de 'in vivo'-onderzoeken werd vastgesteld, had silicium dit effect voornamelijk bij de proefdieren die op een
bijzonder calciumarm dieet waren gezet.
Deze belangrijke 'in vivo'-bevindingen van de School voor Volksgezondheid van de Universiteit van Californië (UCLA) werden in de
aansluitende 'in vitro'-bevindingen waarin schedel- en ander beendermateriaal in petrischalen werd gekweekt,
herhaald en bevestigd. Testweefsel waarvan de voedingsmassa geen silicium bevatte, ontwikkelde nauwelijks collageen,
hetgeen het enorme belang van silicium bij de opbouw van collageen (en dus in de opbouw van de beenderen) duidelijk maakt.
Bekend is dat bij vrouwen die na het de overgang aan calciumverlies lijden, ook de voorraden silicium uitgeput raken.
De aanwezigheid van silicium zorgt voor het genezen van botbreuken en de opbouw van callus,
het weefsel waaruit beenderen ontstaan en dat bij botbreuken in het ontstane breukgat begint te groeien.
Hierdoor functioneert silicium als bemiddelaar voor de remineralisering en bereidt het de
calcificatie van de zich opnieuw opbouwende beendermassa voor. Als rechtstreekse bevestiging van de bevindingen van Carlisle,
vonden de siliciumonderzoekers Chamot en Rabat in beenderen met halisterese een absoluut tekort aan silicium.
De Canadese auteur dr. Zoltan Rona ziet niets wat onverenigbaar zou zijn tussen calcium en silicium.
Ook hij geeft aan dat silicium zich in het lichaam in regio's concentreert waarin actieve calcificatie van de beenderen optreedt,
wat al eerder was onderkend door de onderzoekers Passwater en Cranton.
Calciumvoorraden in het bloedserum worden door hormonen gestuurd, die calcium aan de beenderen onttrekken om de bloedwaarden te normaliseren.
Het daarmee gepaard gaande nadelige effect op de lange termijn van parathormon (het hormoon van de bijschildklieren)
op de calciumspiegel in de beenderen is, samen met verminderde of vertraagde calciumopname vanwege siliciumtekort,
eveneens een belangrijke factor bij het ontstaan van osteoporose.
Botdichtheidsmeting
Om te weten of men nu of in de toekomst osteoporose zou kunnen hebben dan wel krijgen,
moet men eerst aan de huisarts of in een kliniek vragen om een meting van de botdichtheid.
Dit kan tamelijk eenvoudig met behulp van de ALARA Metriscan.
Net als bij een röntgenfoto wordt de botdichtheid 'gefotografeerd'.
Zonder deze test weten we niet waar we staan en in hoeverre we onze voeding en onze levensstijl moeten veranderen.
Zodra er sprake is van een aanzienlijke verdunning van de beenderen, wordt het moeilijker de verzwakkende effecten van osteoporose om te keren.
Een afname van de botdichtheid is altijd het resultaat van de beender-resorptie,
die dan hoger is geworden dan de mate van beenderopbouw.
De (combinaties van) oorzaken van botontkalking of osteoporose zijn zeer verschillend.
De thans bekende oorzaken zijn: een gebrek aan silicium en daardoor aan kalk,
te weinig lichaamsbeweging (in het bijzonder tijdens de jeugd), voeding met te hoge zure aswaarden, voeding met te veel fosfaten,
medicijnen als prednison en prednisolon, ongezonde stress, tabak, alcohol en antibiotica.
4. Silicium: voor immuunsysteem en bindweefsel, huid, haren en nagels
Ons immuunsysteem is de meest beslissende beschermende functie van ons lichaam.
We zouden allemaal zonder uitzondering heel snel sterven als we geen goed functionerend immuunsysteem zouden hebben.
Silicium zorgt ervoor dat deze uiterst belangrijke functie nog wordt versterkt. Het biedt het afweersysteem een voedingsbodem,
die het lichaam in staat stelt infecties en gifstoffen uit het milieu met succes te bestrijden.
En het mobiliseert de krachten die het lichaam tegen indringers en micro-organismen verdedigen,
die het lichaam enorm zouden kunnen verzwakken.
Dat het immuunsysteem door silicium wordt versterkt, is wetenschappelijk bewezen.
Zelfs als er geen enkele andere reden zou zijn, zouden we silicium nog steeds nodig hebben om de afweerkrachten van het lichaam te activeren.
Silicium is echter niet alleen nodig voor de afweer van het lichaam: het speelt ook een belangrijke rol in de opbouw van het lichaam.
Ons bindweefsel is het grootste 'bestanddeel' van ons lichaam. Dat ons bindweefsel silicium nodig heeft, werd door Carlisle et al.
Aan de School voor Volksgezondheid aan de universiteit van Californië bewezen.
Net als koolstof is silicium in zijn organische samenstelling normaal gesproken tetravalent.
Koolstof is het belangrijkste bestanddeel in vitamine C en natuurlijk ook van de koolhydraten in onze levensmiddelen.
‘Tetravalentie’ wil zeggen dat koolstof en silicium een viervoudige (tetra) bindingssterkte (valentie)
bezit en zich daardoor op een bepaalde, constante manier kan verbinden met andere elementen of radicalen, dan wel deze vervangen.
Deze eigenschap is van grote betekenis. Deze elementen zijn beide nodig om leven te vormen en te behouden.
Carlisle constateerde dat de lage concentraties silicium in de organen, met uitzondering van de longen,
van jong tot oud niet wezenlijk variëren. Het siliciumgehalte in het lichaam en het voortdurende verbruik van silicium houden onmiskenbaar verband met de voedselopname.
Men zou denken dat een zo onbetaalbare krachtbron als silicium wel bijzonder zeldzaam zou zijn.
Het tegendeel is waar: de aardkorst bestaat hoofdzakelijk uit met silicium samengestelde silicaten.
Desondanks, of misschien juist daarom, zijn het siliciumgebrek en de daarmee samenhangende bezwaren zo wijdverspreid.
En juist vanwege het te lage gebruik in de cellen van organismen is het belangrijk dat het lichaam telkens essentieel silicium krijgt toegediend,
om zo de ziekten veroorzakende effecten te overwinnen.
Nagels, huid en haren
Onze vingernagels, de huid van het gezicht en de hoofdharen zijn de duidelijk zichtbare delen van ons lichaam.
De huid is het grootste orgaan van ons lichaam. Huid, haren en nagels vormen samen het levende omhulsel,
waaraan we vaak al van buiten kunnen zien hoe goed we ons van binnen voelen.
Voldoende silicium in het lichaam kan bepalend zijn voor de glans van onze haren, de dikte van onze nagels en de kleur van onze huid,
en kan ervoor zorgen dat deze gezond blijven.
In de huid bevinden zich grote suikerelementen, vergelijkbaar met die in het kraakbeen (mucopolysacchariden),
die met proteïne gecombineerd een netwerk vormen waarmee de huid in staat is water vast te houden.
Deze waterbindende eigenschap van de huid wordt door silicium ondersteund. LifeCare® silicium kan de huid daadwerkelijk goed doen,
op een manier die geen enkele andere huidverzorging kan evenaren.
Het is een huidtonicum dat de belastbaarheid en de elasticiteit van de huid beschermt tegen allerlei negatieve invloeden.
Het herstelt de vitaliteit van de beschadigde huid van binnenuit naar buiten toe, doordat het bestemd is voor inwendig gebruik.
Publicatie, maart 2006
|
|
|